Ontwikkeltheorieën

Steven Bruyninckx

Nov 8, 2023
Ontwikkeltheorie van Piaget, Kohlberg en Erikson

Vergelijk van de theoriën

Overeenkomsten
De ontwikkelingstheorie van zowel Piaget, Kolberg als Erikson zijn gebaseerd op een “stadiamodel” of “Stage theorieën”. Deze stellen dat de ontwikkeling door gaat bepaalde stadia gaat. Hierbij zijn leeftijden een indicatie van wanneer bepaalde ontwikkelingen plaatsvinden.

Buiten de scope van deze leeruitkomst is er een interesante onderwijsvraag waar ik op stuitte tijdens brononderzoek. Namelijk de mate waarin kinderen bepaalde concepten of vaardigheden kunnen leren voordat ze aan een bepaalde ontwikkelingsfase beginnen.

Ik vond het opvallend omdat ik, toen mijn zoon twee jaar oud werd, ik een restant Montessori lesmateriaal van een school kocht. Wat ik mezelf nog goed herinner is het leggen van stokken op volgorde mijn zoontje veel moeite kostte. Ondanks oefenen bleef het een echte pittige taak. Echter zonder oefenen of er bewust door mij op terug te komen deed hij het enige tijd later uit zichtzelf  moeite- en foutloos. Een soortgelijke situatie heeft zich nog een aantal keer voorgedaan met het overige Montessori lesmateriaal.

Verschillen

Piaget beschrijft de stadia van intelectuele ontwikkeling, Kohlberg de morele ontwikkelingen en Erikson de emotionele ontwikkeling.

Ontwikkelingstheorieën toegepast op de leeftijdsgroep van vmbo-leerlingen.

Leeftijd VMBO leerling in relatie tot stadia
Gezien de leeftijd de VMBO leerling, twaalf tot zestien jaar, komen de onderstaaande stadia in beeld:

Zeer interessant is het om te zien dat rond het 12de levensjaar er een transitie plaats vindt van stadium. Dit maakt het mogelijk om een kernvraag te formuleren voor een VMBO leerling in de onderbouw waaruit een stadium vastgesteld kan worden (binnen een marge). Dit maakt het vervolgens mogelijk om het handelen, herleid naar een stadium, te verklaren.

Opmerking:
Erikson heeft een afwijkende aanpak m.b.t. stadia t.o.v. Kohlberg en Piaget. Bij Erikson heeft het niet goed doorlopen van een eerder stadium levenslange gevolgen. Om deze reden wordt bij Erikson het statdium tot het 12de levensjaar in acht genomen. Bij Kohlberg en Piaget daarentegen de stadia vóór en ná het 12de levensjaar.

Piaget:

Periode 3. Concreet-operationeel denken (7-12 jaar)
In deze fase gaat het kind systematisch en logisch denken. Termen als hoeveelheid, lengte, gewicht en substantie worden eigen gemaakt en toegepast. Motorisch handelen, taal en symbolen worden gebruikt om te leren of ontwikkelen. Langzaam ontdekt het kind het verschil tussen levende dingen en levenloze dingen.

Periode 4. Formeel-operationeel denken (vanaf 12 jaar)
Tijdens deze fase leert het kind abstract te denken en redeneren. In deze fase kunnen kinderen zichzelf vragen stellen die ze willen onderzoeken. Ze zijn nieuwsgierig naar verschillende oplossingen voor een bepaald probleem. Het kind leert zich dingen te verbeelden, kan zich een beeld vormen van een ideaal. Het kind kan redeneren door gebruik te maken van beelden, metaforen en vergelijkingen.

Kernvraag:
Is een leerling in staat om een probleem, ontstaan tijdens het maken van een techniekopdracht, door onderzoek en redenatie op te lossen? Of heeft een leerling behoefte aan het aanbod van een standaard oplossing voor het voltooien van de opdracht.

Kohlberg:

Pre-conventioneel stadium (ongeveer van 0 tot 10 à 12 jaar)
In deze periode ontwikkelt het ‘moreel besef’ bij kinderen zich. Ze leren wat ‘goed’ of ‘fout’ is door
hoe volwassenen op hun gedrag reageren. Ze experimenteren met gehoorzaamheid. Een kind
kan nog niet goed snappen waarom de regels zijn zoals ze zijn. Straf krijgen of beloond worden is
daarom de maatstaf voor of iets mag, of niet mag. Kinderen kunnen zich wel aan regels houden,
maar alleen in het bijzijn van een volwassene. Bovendien draait het bij kinderen in deze fase om
eigen behoeftebevrediging: ze willen best iets aardigs doen voor een ander, maar willen daar wel
iets voor terug.

Conventioneel stadium (ongeveer van 10 tot 18 jaar)
Kinderen in dit stadium hebben al een idee van ‘goed’ en ‘fout’, omdat ze de normen en regels
van opvoeders om hen heen overnemen en toepassen. Een kind kan zelf beseffen dat het iets
fout heeft gedaan en berouw krijgen, ook als het geen straf heeft gekregen. Hun geweten
ontwikkelt zich. Het welzijn van anderen en rechtvaardigheid zijn belangrijk in het oordeel van
kinderen in deze fase en hun denken is nog helemaal gebaseerd op de groepsnorm, niet op hun
eigen denkwijze. Veel pubers bevinden zich ook nog in dit stadium en zijn dan sterk gericht op
goedkeuring van anderen.

Kernvraag:
Is een leerling in staat om, tot op zekere hoogte, zelfstandig in een praktijkruimte, te werken conform de gemaakte afspraken en voorbeeldgedrag van de docent omtrent veiligheid. Of heeft een leerling hiervoor constant een docent nodig om regels omtrent veiligheid te handhaven en ongewenst gedrag te bestraffen.

Erikson:

4. Vlijt vs minderwaardigheid (6 – 11 jaar)
Op de lagere school oefenen kinderen hun vaardigheden en leren ze met anderen samen te werken. Een teveel aan negatieve ervaringen hierbij, kan leiden tot gevoelens van incompetentie en minderwaardigheid. Positieve ervaringen leggen de basis voor ijverigheid (vlijt) in het latere leven.

5. Identiteit vs rolverwarring (12 – 20 jaar)
Een adolescent probeert een antwoord te krijgen op de vragen “Wie ben ik,” en “Welke plaats heb ik in de samenleving?” De adolescenten zoeken hun positie op basis van zelfgekozen waarden en beroepsambities en leggen het fundament voor hun verdere identiteit. Als dit niet lukt, dan raken ze verward over die rol, die ze als volwassene kunnen en willen vervullen.

Kernvraag:
Heeft een leerling geloof in eigen kunnen, bij starten van een uitdagende opdracht? Of legt de leerling zichzelf er snel bij neer, in de overtuiging dat het toch niet zal lukken.

Related Articles

Pedagogisch Plan

LeefdomeinDe klas als leefdomein: pedagogisch handelen in de dagelijkse praktijk Leren vindt niet alleen plaats binnen het formele curriculum, maar juist ook in de dagelijkse dynamiek van de klas. Deze dynamiek speelt zich af binnen de gemeenschap waarin we samen...

Overzicht Beoordeling Leeruitkomst-Overstijgend Bewijs

Overzicht Beoordeling Leeruitkomst-Overstijgend Bewijs

Overzicht Beoordeling  Leeruitkomst-Overstijgend BewijsOnderstaand vind je een overzicht van de aangetoonde leeruitkomsten, gebaseerd op CGI’s, beroepsproducten of een combinatie daarvan. Allereerst wordt de koppeling gelegd met de nog openstaande EVL’s. Dit geeft op...

Overzicht Beoordeling Leeruitkomst-Overstijgend Bewijs

Overzicht Beoordeling Leeruitkomst-Overstijgend Bewijs

Overzicht Beoordeling  Leeruitkomst-Overstijgend BewijsOnderstaand vind je een overzicht van de aangetoonde leeruitkomsten, gebaseerd op CGI’s, beroepsproducten of een combinatie daarvan. Allereerst wordt de koppeling gelegd met de nog openstaande EVL’s. Dit geeft op...